De gezondheidszorg leuker en effectiever

Categorie archief: 'Scriptie over de toekomst in de ouderenzorg'

Zorgvisie meldt dat ouderen met een langdurig laag inkomen maken vaker gebruik van een fysiotherapeut of een medisch specialist dan hun leeftijdgenoten boven de lage inkomensgrens. Het percentage ouderen met een langdurig laag inkomen dat naar de huisarts gaat is daarentegen ongeveer hetzelfde als het percentage ouderen met een betere inkomenspositie. Zorgvisie baseert dit op cijfers die gepubliceerd zijn door het CBS.

Het CBS meldt verder dat opleidingsniveau geen onderscheid oplevert in het aantal bezoeken van huisarts, fysiotherapeut of medisch specialist door ouderen, dit tegen de verwachting in.

De volksgezondheid toekomst verkenning 2006 maakt echter melding dat laagopgeleiden minder lang leven en meer gezondheidsproblemen hebben. Blijkbaar consumeren ze niet meer zorg, zo stelt het CBS. Laagopgeleiden hebben vaker een chronische aandoening en zelfs veel vaker meerdere aandoeningen. Relatief grote verschillen tussen opleidingsgroepen zijn er voor lichamelijke beperkingen, ervaren gezondheid en gewrichtsaandoeningen. Er is ook een aantal chronische aandoeningen die even vaak voorkomen onder laag- als onder hoogopgeleiden, namelijk chronisch eczeem, psoriasis, kanker en darmstoornissen. Geen van de onderzochte aandoeningen komt vaker voor onder hoogopgeleiden.

Verschillende studies laten deze resultaten zien. Toch stelt het CBS dat ze niet vaker gebruik maken van huisarts, fysiotherapeut of medisch specialist. Ik kan het niet verklaren, u wel?

Geen reacties » | Permanente link

Feb 12

Referentiekader

geplaatst om 07:36 in categorie Algemeen, Scriptie over de toekomst in de ouderenzorg

Ik heb de afgelopen periode weer druk mijn afstuderen opgepakt. Op basis van literatuurstudie zal ik aantal scenario’s formuleren als mogelijke consequenties voor de zorgvraag in de V&V-instellingen ten gevolge van de demografische ontwikkelingen. Momenteel lees ik dus veel boeken over deze demografische factoren, maar ook over omgevingsontwikkelingen. Dit alles om te komen tot scenario’s.

Een scenario (het woord is afkomstig van toneel/film) is een beschrijving van een mogelijke toekomst, waarbinnen een bepaald plan ontwikkeld kan worden. Aangezien de toekomst niet voorspeld wordt, omvat een scenariostudie meestal meerdere scenario’s.

De scenario’s zijn uiteraard afhankelijk van de creativiteit van de schrijver, maar ook van het referentiekader van de schrijver. Het is goed om als schrijver van scenario’s je dat bewust te zijn.

Een en ander werd mooi geïllustreerd in het boek “Ondernemen is vooruitzien” van Peter Schwarz. Hij is een autoriteit op het gebied van scenarioplanning en heeft in “Ondernemen is vooruitzien” zijn ervaringen beschreven. In zijn boek haalt hij een voorbeeld aan van Arie de Geus. Dit voorbeeld zegt in mijn ogen alles over referentiekader. 

Een inboorling uit een afgelegen berggemeenschap werd naar een grote stad gebracht. In deze berggemeenschap heeft de tijd stil gestaan. Toen de inboorling terugkwam vertelde hij wat hem het meest was opgevallen. Dat was dat hij gezien had hoe iemand met een kruiwagen meer bananen kon vervoeren dan dat hij ooit voor mogelijk had gehouden. Auto’s en wolkenkrabbers waren hem nauwelijks opgevallen. Hij was er immers niet op voorbereid om ze te zien. Hij was er blijkbaar wel klaar voor om te zien hoe die ongehoord grote lading bananen vervoerd kan worden.

Barbara Tuchman formuleert het als volgt: “De mens zal niet geloven wat niet in zijn plannen past of niet overeenkomt met eerdere verworven inzichten”.

Nu rijst de vraag: op welke zaken ben ik, als schrijver van de genoemde scenario’s, niet voorbereid om ze te zien?

Geen reacties » | Permanente link

Mijn afstudeerscriptie houdt zich bezig met de invloed van de demografische factoren op de zorgvraag in 2015 voor V&V-instellingen. Deze week ben ik ondergedoken om me geheel en al te wijden aan het schrijven van de scriptie. Gevolg is dat ik mezelf volledig onderdompel in rapporten van het SCP, RIVM en dergelijke. Zo las ik de afgelopen dagen ook Zorg voor gezondheid, Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2006.

Daar werd mijn interesse gewekt door het volgende: tussen de GGD-regio’s in Nederland bestaan aanzienlijke verschillen in gezondheid en het vóórkomen van risicofactoren voor ziekte en sterfte. Zo bedraagt het verschil tussen de regio’s met de hoogste en de laagste gezonde levensverwachting bijna twaalf jaar. Het verschil in levensverwachting tussen de verschillende regio’s bedraagt drie jaar. Ofwel in de ene regio worden mensen gemiddeld drie  jaar ouder dan in de andere. Interessant is ook het percentage rokers per regio: dit varieert van 28% tot 36%. Daarnaast heeft de regio met de meeste dikke mensen bijna 2,5 keer zoveel dikke inwoners als de regio met de minste dikke mensen.

Die geografische verschillen zijn min of meer een vertaling van sociaal-economische en etnische gezondheidsverschillen.  Mensen met een lage sociaal-economische status (SES= een laag opleidingsniveau en een laag inkomen) leven gemiddeld vier jaar korter. Ook onder allochtonen komen gemiddeld meer gezondheidsproblemen voor, vaak is ook hun inkomenspositie ongunstig. Mensen die laagopgeleid zijn hebben vaker (meerdere) chronische aandoeningen. Daarbij komt dat mensen met een lage SES vaak in achterstandswijken wonen. Deze wijken nodigen ook niet bepaald uit tot een gezonde leefstijl.

Onderstaand een overzichtje met de regio’s met de hoogste en laagste levensverwachting, de regio’s met de meeste en de minste rokers, de regio’s met de meeste en de minste dikke mensen en de regio’s waar het meest en het minst gezond bewogen wordt. Lees meer »

1 Reactie » | Permanente link

aapje1.gif

Het aapje afstuderen zit helaas nog steeds op mijn schouder en dat maakt dat ik me deze week bijna volledig afgesloten heb van de buitenwereld om een enorme slag te slaan. Tot op heden gaat dat aardig. Eerst druk geweest met alles weer bij elkaar zoeken, inlezen, boeken en literatuur verzamelen en aan de slag. Ik ben niet ontevreden met de voortgang.

Maar goed over aapjes gesproken: in een van mijn studieboeken over toekomstonderzoek las ik het volgende verhaaltje wat ik jullie niet wil onthouden:

Apen en een banaan

Een wetenschappelijk experiment naar gedrag van apen verloopt als volgt. In een kooi met apen wordt een banaan opgehangen boven een trap. Op het moment dat een aap de banaan ziet en de trap opklimt, worden alle andere apen nat gespoten. Dat gaat net zo lang door tot een aap door zijn kameraden wordt belet om de trap op te klimmen als weer een banaan wordt opgehangen.

Dan vervangen de wetenschappers één aap uit de kooi door een nieuwe. De nieuwe aap bemerkt de banaan, wil hem pakken maar wordt door zijn soortgenoten belet om in de buurt van de trap te komen. Na een paar pogingen heeft hij zijn les geleerd: als jein de buurt van de trap komt, krijg je een pak slaag. Er wordt weer een aap vervangen en ook hij krijgt zijn lesje. Dat gaat door tot de oorspronkelijke bezetting is vervangen door nieuwe apen. Er zitten nu alleen apen in de kooi die nooit zijn natgespoten.

Er wordt een nieuwe banaan in de kooi gehangen. Het is echter voor alle apen volstrekt taboe om hem te grijpen. Alleen weten ze niet waarom. “Zo doen we dat hier altijd”.

 

3 Reacties » | Permanente link

aapje.gif 

Na bijna een jaar een aapje op mijn schouder gehad te hebben, heb ik het afstuderen weer opgepakt. Gewend aan mijn functie als extern adviseur, mijn huwelijk op een van de weinige zomerse dagen gevierd, er zijn eigenlijk geen redenen te bedenken waarom ik het nu niet zou doen. Behalve dat ik ondergedompeld ben in het werk, maar zo is er altijd een excuus te verzinnen.

Uit de statistieken van deze weblog komt naar voren dat de artikelen betreffende mijn scriptie populaire pagina’s zijn. Ze behoren tot de meest gelezen pagina’s van deze blog. Blijft het dus nog bijzonderder dat er geen suggesties zijn binnengekomen waar ik mijn gegevens vandaan kan halen. Eerder schreef ik immers al over mijn verbazing dat er geen panklaar overzicht is van de cliënten in V&V-instellingen. Her en der is wat deelinformatie te verkrijgen als het gaat om aantallen cliënten, ook nog wel per geslacht en leeftijd. De andere kenmerken liggen dus niet voor het oprapen. Het blijkt niet eenvoudig een aantal paragrafen te schrijven over de cliënten in V&V-instellingen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau en inkomen.

Het verzamelen van gegevens wissel ik af met het verdiepen in toekomst onderzoek. Zo heb ik inmiddels gelezen dat er vijf typen toekomstonderzoekers zijn volgens Patrick van der Duin en Hans Stavleu. Ik behoor, voor zover ik dat nu kan beoordelen,  tot het soort “future proces experts”. Dit houdt eigenlijk in dat mijn toekomstbeelden nog niet uitblinken maar dat ik de vaardigheid van het toepassen van toekomstonderzoek bezit. Wellicht blijk ik in de loop van het afstudeerproces nog van type toekomstonderzoeker te veranderen.

Maar goed, een doorstart is gemaakt, ik ben druk aan het lezen en voorzichtig aan het schrijven. Mocht je nu tips hebben hoe de informatieverzameling eenvoudiger te laten verlopen, ik houd me aanbevolen. 

2 Reacties » | Permanente link

Wilt u deze berichten via de email?

Zoeken